Prometheus ruim vertegenwoordigd op longlist Prinsjesboekenprijs


Vandaag is bekendgemaakt dat drie Prometheus-titels genomineerd zijn voor de Prinsjesboekenprijs 2017 die ieder jaar uitgereikt wordt aan het beste politieke boek van het voorafgaande parlementaire jaar. De boeken Rafels aan de rechtsstaat van Ferdinand Grapperhaus, Hare Excellentie van Monique Leyenaar en In de ban van goed en fout van Jan de Vetten maken samen met zeven andere titels kans op een geldbedrag van 2.500. De prijs wordt traditiegetrouw uitgereikt op de vrijdag voor Prinsjesdag tijdens een bijeenkomst op het Binnenhof in Den Haag. Dit jaar wordt de winnaar bekendgemaakt op 15 september.

De prijs is ingesteld om het belang van boeken over de nationale politiek te benadrukken en om de kwaliteit ervan te helpen bevorderen. De jury bestaat dit jaar uit Jan Schinkelshoek (voormalig CDA Tweede Kamerlid, directeur communicatie Rabobank en hoofdredacteur Haagsche Courant) Sarah de Lange (universitair docent politieke wetenschappen aan de UvA) en Toof Brader (NOS-redacteur bij Politiek24).

Over Rafels aan de rechtsstaat:

Volgens de Fragile States Index Score is Nederland een van de stabielste landen ter wereld. Toch lijkt het of de Nederlandse samenleving ontwricht raakt. Maatschappelijke verbanden vallen uit elkaar. Verschillen tussen bevolkingsgroepen worden groter. Kansen worden steeds minder gelijk verdeeld. De politiek versplintert.
Na een zoektocht die onder meer langs Montesquieu, het Nieuwe Testament en Paaseiland voert, beantwoordt Ferdinand Grapperhaus de vraag of er nog een toekomst is voor de Nederlandse rechtsstaat en samenleving.

‘Actuele pamflet over ongelijkheid, fundamentalistische islam en gebrekkige assimilatie’. NRC Handelsblad ****

Over Hare Excellentie:

In de afgelopen zestig jaar hebben 33 vrouwelijke ministers mede het regeringsbeleid bepaald. Marga Klompé, de eerste vrouwelijke minister – van Maatschappelijk Werk, vindt in 1956 een bloemetje op tafel in de Trêveszaal. Jeanine Hennis, de laatste, leidt het departement van Defensie: met een rugzakje in plaats van een handtas, dat is makkelijker voor haar adjudant.
Leidinggeven aan een departement, functioneren in de ministerraad, optreden in de Tweede en Eerste Kamer met de daarmee gepaard gaande oppositie of zelfs aanslagen op het ego door moties van wantrouwen en treurnis, omgaan met de opdringerige media – het ministerschap is een eervolle, maar zware functie, soms leuk, soms vreselijk.
De selectie van ministers is geen openbare aanbesteding waarbij eenduidige criteria worden gehanteerd. In hoeverre speelt sekse nog een rol in de benoemingsprocedure en later in het uitoefenen van deze topbaan? Monique Leyenaar beschrijft en analyseert op basis van eigen interviews met de vrouwelijke ministers, krantenartikelen en (auto)biografieën tal van aspecten van het ministerschap. Hare Excellentie levert een fascinerend kijkje achter de schermen van zestig jaar Nederlandse politiek op het hoogste niveau.

Over In de ban van goed en fout:

Op donderdag 16 september 1982 demonstreerden duizenden mensen op het Binnenhof in Den Haag toen Hans Janmaat beëdigd werd als lid van de Tweede Kamer voor de Centrumpartij (cp). Het bleef niet bij die ene demonstratie. Omdat ze scherpe kritiek had op het toenmalige immigratie- en integratiebeleid werd de cp vanaf de oprichting in 1980 fel bestreden. In de Tweede Kamer was er een cordon sanitaire; er werden rechtszaken aangespannen; antifascisten verstoorden partijvergaderingen; de media schreven negatief over de partij. En dat veranderde in de loop der jaren niet echt; voor de latere Centrumdemocraten (cd) gold in grote lijnen hetzelfde.
In de ban van goed en fout beschrijft voor het eerst – op basis van archiefonderzoek en interviews – op samenhangende wijze de bestrijding van de cp en cd, en ook de reactie daarop van die partijen. Waarom werden ze zo fel werden bestreden? Werd de tegenstelling tussen die partijen en de rest van de samenleving vooral in morele termen gegoten? Was Nederland, kortom, in de ban van ‘goed’ en ‘fout’?