Informatie

Thorbecke wil het

Remieg Aerts
Omvang
888 p.
Druk
3
Verschenen
18-05-18
Fonds
BB - Nederlandse non-fictie


Johan Rudolf Thorbecke (1798-1872) geldt als architect van de grondwet, de Nederlandse staatsinrichting en de parlementaire democratie. Hij wordt nog steeds aangeroepen in actuele politieke kwesties. Hij is de enige Nederlandse politicus met standbeelden in drie verschillende steden.
Wie was Thorbecke? Als halve Duitser en lutheraan uit een berooide Zwolse familie maakte hij in zijn eerste vijftig jaar een wetenschappelijke carrière, als classicus, filosoof, historicus en jurist.
Pas daarna ging hij in de politiek. Van 1848 tot 1872 legde hij als grondwetgever, Tweede Kamerlid en premier van drie kabinetten zijn wil op aan de Nederlandse politiek. Hij brak de macht van het bestuurlijke ancien régime en opende de weg naar modernisering.
Als compromisloze figuur tussen ‘karnemelkmannen’ was hij de eerste politicus die het land in kampen van vereerders en haters verdeelde. ‘Populair is alleen hij, die met zijn volk de fouten deelt.’
Hij gaf vorm aan de rechtsstaat, de parlementaire politiek, de constitutionele monarchie en de scheiding van kerk en staat. Hij richtte Nederland in.
Voor zijn vrienden, vrouw en kinderen bleef hij altijd: Thorbecke. Maar zijn huwelijk met zijn ‘Madonnaatje’ Adelheid Solger is een van de tederste romances van de negentiende eeuw geweest.
Met de jaren is Thorbecke een mythische figuur geworden, een monument. In de eerste volledige biografie sinds jaren brengt Remieg Aerts deze intrigerende staatsman tot leven, in een breed panorama van de politiek, wetenschap en cultuur van de negentiende eeuw. Voor onze tijd bepaalt hij opnieuw de ware betekenis van THORBECKE.
‘Thorbecke wil het’. Als door een soort magnetische kracht imponeerde deze lange man zijn omgeving. Kwam hij binnen met de groet ‘goeden avond mijne heren’ dan maakte men hem gelijk tot voorzitter. Zijn kennis was intimiderend. Met een enkel gebaar, zijn grijsblauwe ogen, zijn trefzekere formuleringen en de dreiging van zijn sarcasme legde hij iedereen zijn gezag op. Men voelde: het moest zo en niet anders. Zijn moeder was bang geweest voor zijn hoogmoedige trots, zijn vader en jeugdvrienden hadden hem voor zijn arrogantie gewaarschuwd, moeder en dochter Solger lieten zich door hem betoveren, zijn universitaire collega’s in Gent en Leiden ondergingen morrend zijn onbuigzaamheid. In de kwarteeuw na 1848 werd de wil van Thorbecke de orgeltoon van de Nederlandse politiek. Koning Willem III had hem het liefst laten ophangen, maar moest altijd weer buigen voor de wil van de minister. Voortaan ging de politieke strijd tussen de volgelingen en de tegenstanders van wat Thorbecke wilde en wat Thorbecke vond.
Remieg Aerts (1957) is hoogleraar Nederlandse geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam en Politieke geschiedenis aan de Radboud Universiteit. Hij schreef eerder het viermaal bekroonde De letterheren (1997) en boeken over Amsterdam in de negentiende eeuw (2006) en Het aanzien van de politiek (2009). Hij is coauteur van Omstreden democratie (2013), Land van kleine gebaren (2013) en In dit Huis. Twee eeuwen Tweede Kamer (2015).