Astrid Roemer te gast bij De Taalstaat


Astrid Roemer reageert op haar onderscheiding met de Prijs der Nederlandse Letteren bij De Taalstaat op NPO Radio 1. Met haar werk hoopt ze vooral ‘lezers te inspireren om meer aandacht te hebben voor taalgebruik, de schoonheid van taal en alle mogelijkheden die taal ons biedt’. Roemer denkt dat er zoiets is als een ‘Astrid-Roemer-stijl’. De Surinaams-Nederlandse sfeer en thema’s, zoals de Tweede Wereldoorlog of de afschaffing van de slavernij in Suriname, zullen volgens haar altijd terug te vinden zijn in haar werk.

Verder leest Roemer voor uit haar meest recente roman Gebroken wit. Ze geeft toe dat de hoofdpersonages iets weg hebben van haarzelf, ze heeft de personages ‘uit heimwee’ zo dichtbij haarzelf getrokken. Het personage Heli noemt ze ‘een Astrid Roemer in een ander universum’.

U luistert dit interview hier terug.


Over Gebroken wit:

Oma Bee, Louise, Heli, Imker, Babs, Audi. Familienaam Vanta. In Gebroken Wit zijn ze aan elkaar verwant als de kleuren van gebroken zonlicht. De kleinkinderen van grootmoeder Vanta-Julienne worden geconfronteerd met hun eigen kwetsbaarheid als ze haar noodgedwongen bijstaan in de turbulenties van het dagelijks leven. Moeder Louise heeft ervaren dat het uiterlijk geen feit is, maar een omstandigheid die informeert over een geschiedenis van georganiseerd geweld in Afrika, Europa, Azië. Ze wonen in een Zuid-Amerikaanse kuststad die door vrouwen tot bestaan wordt gebracht, op een grondgebied dat mannen met haar natuurlijke grenzen insluit. Vooral in familiekring en gezin zijn de gevolgen voelbaar: zusjes Ethel en Laura zijn afwezig en vader Anton leeft niet meer. Terwijl getracht wordt oma Bee overeind te houden, zoekt iedere jonge Vanta naar een land om van te houden, een volk om bij te horen, een droom om voor te leven. Amsterdam heeft veel gehad aan Paramaribo. En omgekeerd?


Astrid H. Roemer (Paramaribo, 1947) brak in Nederland door met Over de gekte van een vrouw, een experimentele roman over de complexiteit van het vrouw-zijn. In de jaren negentig schreef zij drie dekolonisatieromans die zijzelf haar ‘drieling’ noemde: Gewaagd leven (1996), Lijken op liefde (1997) en Was getekend (1999), nu gebundeld als Onmogelijk moederland. Roemer werd in zowel Suriname als Nederland geprezen om haar lef en eigenzinnigheid in het inmiddels uitgebreide oeuvre van poëzie, proza en theaterteksten.