Hanneke van Eijken bij de Nacht van de Poëzie


Hanneke van Eijken is uitgenodigd om op te treden bij De Nacht van de Poëzie in Utrecht. In 2013 debuteerde Van Eijken met Papieren veulens, een bundel die zeer lovend werd ontvangen door de pers en werd bekroond met de Lucy B en C.W. van der Hoogtprijs eerder dit jaar. Met dezelfde bundel was Van Eijken genomineerd voor de C.Buddingh-prijs 2014.

De Nacht van de Poëzie geldt al 30 jaar als een van de best bezochte poëzie-evenementen van de Nederlandse letteren. Het evenement begint om 20.00 uur en eindigt meestal tegen 3.00 uur in de ochtend. In de gangen rond de Grote Zaal vindt gelijktijdig ook een boekenmarkt en een presentatie van kleine uitgevers, literaire tijdschriften en organisaties plaats.

Klik hier voor meer informatie over De Nacht van de Poëzie. 

Hanneke van Eijken (1981) is dichter en jurist. Ze publiceerde in verschillende literaire tijdschriften (o.a. TiradeHet Liegend Konijn en Deus ex Machina) en ze droeg haar gedichten voor op grote literaire podia en op festivals als Lowlands en De Parade. In 2012 won ze de Jotie T’Hooft Poëzieprijs. Naast poëzie schrijft ze een proefschrift over Europees burgerschap. Papieren veulens is haar langverwachte debuutbundel.

Over Papieren veulens:
In Papieren veulens zoekt Hanneke van Eijken in een heldere, zintuiglijke stijl de grenzen van steden op, ze bouwt huizen en verkent schaduwkamers. Ze aait straathonden en fantasievogels, volgt bewoners achter muren van glas en steen.
In sterke zinnen schept ze een wereld waar alles mogelijk is. Zwijgend dragen ballonverkopers een lucht vol roze beren, antilopen schieten langs ramen. Nieuwe gronden worden zorgvuldig gemeten.
Papieren veulens is klankrijk, muzikaal en licht van toon, maar schuwt nachtdieren niet. De zinnen uit dit debuut blijven als drafpassen nog lang nadansen.

‘Onbevreesd gevoelig en genadeloos precies. Papieren veulens is een debuut om te lezen, te herlezen, te koesteren.’ Thomas Möhlmann

‘Hanneke van Eijken reist door mensen, ruimte en tijd. Dat talent pakt ze met beide handen aan, als een geschenk; ze kijkt zorgvuldig en doet daarvan nóg zorgvuldiger verslag in kraakheldere poëzie, die de lezer de mogelijkheid geeft om haar na te reizen.’ Ingmar Heytze