Interview met Wouter Linmans in NRC Handelsblad


Wouter Linmans vertelt in NRC Handelsblad over zijn nieuwste boek De oorlog van morgen. Voor dit boek spitte hij maandenlang Nederlandse tijdschriften en kranten uit het interbellum door. Tijdens die zoektocht kwam hij zaken tegen die in de literatuur over het interbellum onbenoemd blijven:

‘De meest opvallende ontdekking is denk ik, de angst voor de dodende straal. In 1924 kwam een Engelse uitvinder met het nieuws dat hij een straal had uitgevonden waarmee hij buskruit kon laten ontploffen en kleine knaagdieren kon doden. Dat leidde tot enorme opwinding in de pers.’

In Trouw schreef Paul van der Steen een recensie over De oorlog van morgen. Hij noemt het boek ‘een zeer lezenswaardig mengsel van cultuur-, mentaliteits- en militaire geschiedenis’.

U leest het interview hier terug. De recensie leest u hier terug.


Over De oorlog van morgen:

In november 1918 kwam de Eerste Wereldoorlog na vier jaar ten einde, maar in de hoofden van Nederlandse tijdgenoten galmde het moderne, industriële geweld nog lang na. Berichten over luchtbombardementen, gifgassen en andere nieuwe wapens vormden een bron van grote zorgen: als de Eerste Wereldoorlog al zo vreselijk was, hoeveel erger zou een volgende oorlog dan worden? Van de vroege jaren twintig tot aan de Duitse inval in mei 1940 hielden opiniemakers, politici, militairen en burgers zich met die vraag bezig.

Aan de hand van kranten en tijdschriften, toneelstukken en films, oorlogsromans en militaire demonstraties brengt Wouter Linmans de herinneringen, fantasieën en toekomstverwachtingen uit deze periode opnieuw tot leven. Het resultaat is even veelzijdig als verrassend en werpt nieuw licht op de Nederlandse cultuur van de jaren twintig en dertig. De oorlog van morgen laat zien hoe mensen hun angst in beelden proberen te vangen, en hoe moeilijk het is om een accuraat beeld te vormen van de toekomst.


Wouter Linmans studeerde geschiedenis aan de Universiteit Leiden. De afgelopen jaren was hij aan diezelfde universiteit werkzaam binnen de vakgroep Nederlandse geschiedenis, eerst als promovendus en vervolgens als docent. Hij is met name geïnteresseerd in de culturele geschiedenis van Nederland, dreigingsbeelden en de omgang met gewelddadige gebeurtenissen in de negentiende en twintigste eeuw.