Vier sterren voor ‘Over normaliteit’ in Trouw


Gister verscheen een lovende recensie over het nieuwe boek van Paul Verhaeghe, Over normaliteit en andere afwijkingen, waarin de hoogleraar psychodiagnostiek aan de van het werk van Michel Foucault de hedendaagse psychologie analyseert: ‘Verhaeghe heeft een prikkelende titel gekozen. Is normaliteit een afwijking geworden? Of zijn afwijkingen tegenwoordig normaal? Net als Foucault benadert Verhaeghe deze vragen vanuit een geschiedkundige invalshoek. Vanaf de zeventiende eeuw werden mensen die niet pasten binnen de morele normen van de samenleving opgesloten. De ‘normaliteit’ uit de titel moet zo bekeken worden: normaal is wie past binnen de normen van deze tijd en deze samenleving.’

Recensent Laura Molenaar beloont het boek met vier sterren en stelt dat het essay even ‘prikkelend is als de titel doet vermoeden’: ‘Verhaeghe prikt soepeltjes een aantal misverstanden door en provoceert met interessante filosofische ideeën. Ook toont hij uitstekend aan waarom Foucaults ‘Geschiedenis van de waanzin’ nog altijd relevant is. Aan het slot roept hij op tot een discussie over de manier waarop normen in onze maatschappij beklemmend kunnen zijn, hoe we omgaan met labels en het ‘afwijken’ van de norm. Met de extreem lange wachttijden in de psychiatrische zorg in het achterhoofd is het hoog tijd voor die discussie.’

U leest het hele artikel hier terug.


Over Over normaliteit:

Zodra er een ‘verwarde persoon’ in het nieuws opduikt, staat een leger aan journalisten en deskundigen klaar om hem psychologisch te duiden. Maar gaat het de tv-psychologen en -psychiaters om de verwarde of om de ‘gewone’ mens? Waar komt de angst voor het abnormale en irrationele vandaan? Vrezen we de ander, of maakt het ons onzeker over hoe normaal we zelf eigenlijk zijn?

In Geschiedenis van de waanzin (1961) wijst de Franse filosoof Michel Foucault de zeventiende en achttiende eeuw aan als het begin van de systematische bestudering van de waanzin. Het denken over de mens werd een denken in termen van redelijkheid versus psychiatrische ziektes.

Paul Verhaeghe herleest Foucault en onderzoekt de hedendaagse kijk op waanzin. Hoewel de psychiatrie en psychologie zich de afgelopen eeuw een wetenschappelijke houding hebben aangemeten, ziet Verhaeghe vooral overblijfselen van de zeventiende-eeuwse benadering van afwijkend gedrag. Diagnoses berusten nog altijd op sociale normen en nattevingerwerk en zowel psychiatrische als psychotherapeutische behandelingen werken disciplinerend, wat bovendien ontkend wordt. De psychiatrie en de klinische psychologie weigeren hun maatschappelijke rol op zich te nemen. Intussen blijft het aantal diagnoses en recepten voor psychofarmaca stijgen, want normaliteit is binnen handbereik, toch? Het is dringend tijd voor een andere aanpak.

Paul Verhaeghe is hoogleraar psychodiagnostiek aan de Universiteit Gent. Hij schreef onder meer de succesvolle boeken Het einde van de psychotherapie (2009), Identiteit (2012), Autoriteit (2015) en Intimiteit (2018).