Informatie

Schoonheidsdrift

Arie Storm
Omvang
304 p.
Druk
1
Verschenen
04-02-21
Fonds
P - Nederlandse fictie


De verteller van Schoonheidsdrift houdt zich al zijn leven lang hartstochtelijk bezig met literatuur. De herinnering aan een dierbare overleden vriendin zorgt ervoor dat zijn boeken en woorden hem niet langer troost geven, maar voor zijn ogen dwarrelen. Om aan zijn sombere gedachten te ontkomen, reist hij naar Londen, om precies te zijn naar Hampstead, de woonplaats van de door hem bewonderde negentiende-eeuwse dichter John Keats.
Maar zijn hotel kraakt en piept, en de gasten zijn op zijn zachtst gezegd merkwaardig. De verteller probeert te werken aan zijn komische roman die zich afspeelt op Terschelling, maar het schrijven is niet bevorderlijk voor zijn welzijn. Hoe kan het dat de gasten van het hotel over Keats praten alsof hij nog in leven is? Waarom staat Keats zelfs in levenden lijve voor hem als hij zijn schrijversvriend Alan Hollinghurst opzoekt? En waarom moet de verteller ineens aan Menno Wigman denken?
In Schoonheidsdrift verbindt Arie Storm op aangrijpende en geestige wijze twee steden en twee tijden met elkaar – Amsterdam en Londen, het begin van de negentiende en van de eenentwintigste eeuw. Proza wordt poëzie en poëzie wordt proza.

Arie Storm schreef met Schoonheidsdrift zijn twaalfde roman. Zijn vorige boeken, List en leed en Het horrortheater van de Nederlandse literatuur, verschenen in 2019 en werden alom geprezen.

Over List en leed:

‘Zijn meest geslaagde, sprankelende en doorvoelde roman tot dusver, zeg maar gerust zijn beste.’
Thomas de Veen, NRC Handelsblad ***** [5 ballen]

List en leed onderscheidt zich door de overtuigingskracht van het omineuze, bijna afgrondelijke levensgevoel dat Storm oproept, waarin de balans tussen beheersing en wanorde precair is en schrijven de enige manier om niet aan diggelen te vallen.’
Femke Essink, De Groene Amsterdammer

Over Het horrortheater van de Nederlandse literatuur:

‘Arie Storm roostert al die ijdeltuiten in de letteren, gedreven door een wanhopige liefde voor het boek.’
Gerwin van der Werf, Trouw